• Standaard verzending van maar slechts €2,50 per post!
  • Online cursussen makkelijk te volgen vanaf tablet, smartphone of laptop!

Hoe ga je om met intuïtieve ingevingen?

Intuïtie is onfeilbaar, maar soms verwarren wij intuïtie met een persoonlijke denkbeeld, met een vooroordeel en noemen we iets intuïtie terwijl het dat eigenlijk niet is. Soms zijn we er niet zeker van of onze intuïtie juist is, waardoor we niet luisteren  naar de impuls en daar dan later spijt van krijgen. Soms willen we dat een gedachte waar is, waardoor we een wens verwarren met intuïtie.Wanneer je een huis ziet dat heel mooi vindt, dan kun je intuïtief aanvoelen dat je daar zou moeten gaan wonen terwijl het enkel een gedachtewens is. Ongeduld wordt dan verwart met intuïtie.  Ook onze emoties kunnen het beeld vertekenen. Wanneer je bijvoorbeeld boos op iemand bent, kan het voelen dat er iets niet in orde is. Wanneer je bang bent dan kun je de angst ten onrechte toeschrijven aan intuïtie. Niet bepaald makkelijk dus.

Hoe kun je dan wél intuïtie herkennen?  

Het is vooral een gevoel dat heel anders is als je emoties of je wens. Maar het is ook altijd handig om je intuïtie te onderzoeken voor je een conclusie trekt. Je kunt dan de volgende dingen doen:

  • Beoordeel op een rationele manier waarom je denkt dat er sprake is van intuïtie. Dus los van alle emoties. Alsof je van bovenaf naar jezelf kijkt.
  • Vraag jezelf af hoe je erover zou denken dals iemand jou de ervaring zou vertellen.
  • Kijk wat de consequenties kunnen zijn als je gelijk hebt.
  • Kijk wat de consequenties kunnen zijn als geen gelijk hebt.
  • Bedenk of er factoren zijn die jouw intuïtieve impuls beïnvloed zouden kunnen hebben. 

Vaak zal je geneigd zijn bewijzen te gaan zoeken voor jouw gelijk omdat ieder mens het in zich draagt om te willen dat iets juist is. Wanneer je de impuls gaat  beoordelen, is het daarom niet alleen van belang om te kijken naar het waarom je wel eens gelijk zou kunnen hebben, maar is het eveneens van belang te kijken waarom je het misschien mis zou kunnen hebben. Een moeilijkheid is dat je niet altijd de tijd hebt om een intuïtieve ingeving aan een onderzoek te onderwerpen. Als je daar wel de tijd voor hebt, dan kun je nog soms twijfels en onzekerheid hebben over de uitkomst.

Oefening

Je kan in je dagboek , als je die hebt,  en anders ergens anders noteren  welke intuïtieve ingevingen je krijgt en hoe je daarnaar gehandeld  hebt.

Noteer steeds de volgende zaken:

  • De tijdstip en de datum
  • Wat was de aard van de intuïtie (betrof het jezelf, iemand anders , een bepaalde situatie, was het een waarschuwing , een bevestiging , een kans)?
  • Hoe kwam de indruk tot je door( als een beeld , gevoel, lichamelijk, symbolisch)?
  • Was de inhoud duidelijk of was het vaag en heb je het moeten interpreteren?
  • Hoe voelde de ervaring?
  • Ben je overtuigd van je indruk (was het vaag, aarzel je , ben je er zeker van of twijfel je)?

Je op zo een manier later terugkijken , wanneer je bijvoorbeeld een antwoord heb over de situatie , of je het juist had, of je de juiste keuze gemaakt hebt. Zo groeit je zelfvertrouwen ook. Wanneer je dit blijft doen zal je merken dat je vorderingen maakt in intuïtieve beslissingen. 

Doe dit in het begin juist met onbelangrijke dagelijkse dingen om dit voor jezelf te controleren. De consequenties hiervan hebben niet zo een impact als grote belangrijke zaken.

Oefening die je samen kunt doen

Vraag een vriend/ vriendin een foto te laten zien van een persoon die jij niet kent. Probeer aan de hand van deze foto te voelen wat je intuïtief weet van deze persoon. Bijvoorbeeld naam, leeftijd, wel of geen kinderen, partner, beroep, kledingstijl, geloof etc. Kijk daarna samen welke gegevens je juist had.

Dit noem je associatief waarnemen. Dit kun je ook doen met objecten van personen.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.